Wat is vergrijzing?

Van Dale omschrijft de term vergrijzing als volgt: “<de~ (v.)> 0.1 het vergrijzen, stijging van de gemiddelde leeftijd naar die van bejaarden.”

Maar op maatschappelijk vlak betekent vergrijzing natuurlijk veel meer;

De term vergrijzing is een aspect van een verandering in de bevolkingssamenstelling. Deze term wordt gebruikt om aan te geven dat het aandeel van ouderen in de bevolking stijgt en daardoor een stijging van de gemiddelde leeftijd veroorzaakt. Een periode van vergrijzing gaat vaak gepaard met bevolkingsdaling. In de nabije toekomst zullen steeds meer regio’s en gemeenten te maken krijgen met teruglopende aantallen inwoners en huishoudens.

d21anim4.gif

Niemand had zestig jaar geleden kunnen denken dat we anno 2006 met een nieuw maatschappelijk probleem als de vergrijzing zouden te kampen krijgen. Het is nochtans in die periode – de jaren tussen 1945 en 1960 – dat de kiemen voor de vergrijzingsgolf werden gelegd. De Tweede Wereldoorlog was immers juist voorbij. De As Berlijn-Rome-Tokyo was verslagen, en de wapenindustrie kwam weer op een laag pitje te draaien. Gezien Europa één grote puinhoop was, werd er terug massaal geïnvesteerd in basisinfrastructuur zoals auto- en spoorwegen, onderwijs en gezondheidszorg. Op die manier herleefde de economie weer, wat een groot vertrouwen in de toekomst schiep bij de West-Europese bevolking. En waar een rooskleurige toekomst in het verschiet ligt, ligt ook de drang om van alle geneugten des levens te profiteren. Geneugten zoals het kopen van onroerend goed, een eigen wagen, reizen en… seks! Artillerie werd nu niet meer op het slagveld, maar tussen het bedlinnen te boven gehaald.

De naoorlogse periode 1945-1960 werd in West-Europa (en ook Noord-Amerika) dus gekenmerkt door een hoog aantal geboortes. In de VSA waren dat 79 miljoen geboortes in die periode van 15 jaar. Ter vergelijking: in de voorgaande 15-jarige periode van 1930 tot 1945 – dus ten tijde van de Grote Depressie en president Roosevelts New Deal – vonden nog geen 50 miljoen geboortes plaats. De kinderen die in de VSA of Europa werden geboren in de periode 1945-1960 worden thans de babyboomers genoemd. In de periode na 1960 daalde het aantal geboortes dan weer, onder meer ten gevolge van het warm oplopende conflict tussen de VSA en de toenmalige Sovjet-Unie.

Een groot aantal geboortes betekende in de decennia daarop dan ook een groot potentieel aan arbeidskrachten. Het is mede dankzij de eerste babyboomers dat de Westerse wereld haar golden sixties heeft gekend, inclusief economische groei en een hoge levensstandaard. Ook de wetenschap stond niet stil: dankzij onder andere de successen in de medische sector is de algemene levensverwachting zeer sterk gestegen. Zo had een Amerikaanse man geboren in 1901 een verwachte levensduur van amper 49 jaar. Tegen het einde van de 20ste eeuw is de gemiddelde levensverwachting al tot 77 jaar opgeklommen. Een hele vooruitgang.

We leven dus alsmaar langer. Dat betekent dat we in ons leven meer tijd hebben voor vrienden, hobby’s en plezier. Dat is toch schitterend nieuws! Wat is dan het probleem? Het probleem ligt in het feit dat we vandaag aanbeland zijn in het jaar 2008. De eerste babyboomers verlaten de arbeidsmarkt na een lange staat van dienst, en eisen waar ze recht op hebben: hun pensioen. Zeker in België vormt dat een hoogst dreigend probleem: het wettelijke pensioen – dat dus door de overheid wordt gegarandeerd – berust op het zogenaamde repartitiesysteem. Dat betekent dat de generatie die vandaag de dag werkt en belastingen betaalt, het pensioen betaalt van de generatie die vandaag vertrekt om te genieten van zijn of haar oude dag. Het systeem werd in de directe naoorlogse periode bedacht omdat er toen toch genoeg arbeidskrachten waren om de pensioenen van de voorgaande generatie te betalen. Vandaag de dag komt het repartitiesysteem echter onder druk te staan omdat de bevolkingspiramide langzamerhand aan het omkeren is: de bevolking bestaat binnenkort uit meer gepensioneerden dan werkenden. Volgens een rapport van de Verenigde Naties is er vanaf 2020 in de Westerse landen zelfs sprake van een netto bevolkingsafname door een hoog aantal gepensioneerden en een laag geboortecijfer. Een troebel vooruitzicht waar ook België niet aan zal kunnen ontkomen.

Remedies

Het huidige systeem van onze sociale zekerheid staat dus behoorlijk onder druk.
Men is actief op zoek naar remedies waardoor langer doorwerken gestimuleerd kan worden.

Een eerste remedie is de beperking van de genereuze vervroegde uittredestelsels en het versterken van de financiële consequenties van vervroegde uittrede.
In het Generatiepact trof men reeds enkele maatregelen; zoals de toestroom in vervroegde uittredekanalen verder afremmen en de band tussen loopbaanduur en pensioeninkomen versterken.
Een tweede remedie is een ruimere activering. Dit wil men bereiken door oudere werknemers hun plek op de arbeidsmarkt te laten behouden en oudere werklozen reële kansen te geven op een nieuwe baan.
Concreet treft men hiertoe maatregelen als; outplacementbegeleiding gefinancierd door de werkgever in geval van ontslag, subsidie aan werkgevers die werkloze 45-plussers aanwerven, financiële stimulans voor werkloze 50-plussers die weer aan het werk gaan, reductie van sociale lasten voor werkgevers per tewerkgestelde 58-plusser en subsidiëring van sectoren en bedrijven die maatregelen nemen op het terrein van leeftijdsbewust personeelsbeleid.
Als derde remedie wil men werk maken van levenslang leren. Men wil de participatie van oudere werknemers aan opleidingen verhogen. Er is vastgesteld dat de kansenongelijkheid naar leeftijd op de arbeidsmarkt sterk gerelateerd is aan een kenniskloof tussen jong en oud.
Een vierde remedie is het aanpassen van de leeftijdsgebonden loonschalen. Het nadeel echter is dat dit niet gereflecteerd wordt in een corresponderende productiviteitsstijging. Het gevolg is dat er een uitstoot is van oudere werknemers is. Een alternatief hiervoor is het meer belonen naar vaardigheden en prestaties. Dit toont nog eens het belang aan van levenslang leren. Daarnaast stelt men als alternatief het reduceren van sociale lasten voor oudere werknemers.
Een vijfde en laatste remedie is het vergroten van de deeltijd- en verlofmogelijkheden. Het gevolg hiervan is dat mensen het langer zullen volhouden op de arbeidsmarkt. Soorten van deze kredietregeling zijn; werk volledig onderbrekken, halftijdse regeling, viervijfde regeling en een deel van de eindejaarspremie omzetten in bijkomende vakantiedagen.

Bronvermelding:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Vergrijzing, geraadpleegd op 6.12.2008
http://www.politics.be/duiding/655/, geraadpleegd op 6.12.2008
GOYVAERTS K. ‘Vervroegde uittreding in België: een ommekeer in zicht?’ In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, jg. 22, nr. 2, 2006.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License